ECLI:NL:CRVB:2008:BC9275
Centrale Raad van Beroep
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens termijnoverschrijding griffierecht ongegrond verklaard
Appellante had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank, maar betaalde het griffierecht niet binnen de gestelde termijn van vier weken na de aanmaning. De Raad verklaarde het hoger beroep daarom niet-ontvankelijk. Appellante stelde verzet in tegen deze beslissing en voerde onder meer aan dat zij door een lichamelijke beperking niet tijdig kon betalen of uitstel kon aanvragen.
De Centrale Raad van Beroep heeft het verzet behandeld zonder dat partijen verschenen. Uit de stukken bleek dat het griffierecht pas na de termijn op de rekening van de Raad was bijgeschreven. Er waren geen aanwijzingen dat appellante niet in verzuim was. Ook was onvoldoende aannemelijk gemaakt dat haar lichamelijke beperking haar verhinderde tijdig een verzoek om uitstel in te dienen.
Gelet op deze omstandigheden oordeelde de Raad dat het verzet ongegrond is en bevestigde de eerdere beslissing dat het hoger beroep niet-ontvankelijk is. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard en het hoger beroep blijft niet-ontvankelijk wegens te late betaling van het griffierecht.