ECLI:NL:CRVB:2008:BC9355
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.M. van Male
- M.I. ’t Hooft
- H.C.P. Venema
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag mammacorrectie wegens ontbreken voortgezette behandeling of verminking
Appellante had een mammacorrectie aangevraagd na een eerdere borstoperatie vanwege asymmetrie. De zorgverzekeraar weigerde de machtiging omdat geen sprake was van een voortgezette behandeling of verminking volgens de Ziekenfondswet. Een medisch adviseur en een onafhankelijke deskundige concludeerden dat het verschil in borstvolume binnen acceptabele grenzen viel en dat er geen functioneel verlies of verminking was.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde deze uitspraak. De Raad oordeelde dat de aanvraag beoordeeld moest worden op basis van de Ziekenfondswet en dat de criteria voor voortgezette behandeling en verminking niet waren vervuld. Ook de verklaring van de behandelend plastisch chirurg bracht geen ander oordeel.
De Raad wees het verzoek om schadevergoeding af en zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De afwijzing van de aanvraag werd gehandhaafd, waarmee het hoger beroep van appellante werd verworpen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de aanvraag voor mammacorrectie blijft geweigerd.