ECLI:NL:CRVB:2008:BC9434
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- C.P.M. van der Kerkhof
- H. Bedee
- Rechtspraak.nl
Herziening en intrekking WAO-uitkering wegens herstel arbeidsongeschiktheid
Betrokkene ontving een WAO-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. Na medisch en arbeidskundig onderzoek concludeerde appellant dat betrokkene niet langer arbeidsongeschikt was en trok de uitkering per 15 januari 2004 in. Betrokkene maakte bezwaar, dat werd afgewezen. De rechtbank oordeelde dat de medische grondslag voldoende was, maar dat de arbeidskundige onderbouwing onvoldoende was, en vernietigde het besluit.
Appellant stelde hoger beroep in en voerde aan dat de aanpassingen in het beoordelingssysteem (CBBS) en een aanvullend rapport van een bezwaararbeidsdeskundige de kritiekpunten wegnamen. De Centrale Raad van Beroep stelde vast dat het hoger beroep zich beperkte tot de arbeidskundige motivering en dat de medische geschiktheid niet ter discussie stond. De Raad concludeerde dat de arbeidskundige motivering in hoger beroep voldoende transparant en toetsbaar was.
Hoewel de rechtbank het besluit vernietigde, liet de Raad de rechtsgevolgen van het besluit in stand op grond van artikel 8:72, derde lid, Awb. Er waren geen gronden voor het toekennen van proceskosten. De uitspraak bevestigt dat de intrekking van de WAO-uitkering terecht is gebaseerd op een voldoende gemotiveerde arbeidskundige en medische beoordeling.
Uitkomst: De rechtsgevolgen van het besluit tot intrekking van de WAO-uitkering blijven in stand.