ECLI:NL:CRVB:2008:BC9540
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K. Zeilemaker
- R.H.M. Roelofs
- C. van Viegen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ingangsdatum bijstandsuitkering zonder bijzondere omstandigheden
Appellant ontving een WW-uitkering die op 19 mei 2005 eindigde. Op 15 juli 2005 vroeg hij bijstand aan, welke met ingang van die datum werd toegekend door het College van burgemeester en wethouders van ’s-Hertogenbosch. Appellant stelde zich op het standpunt dat de bijstand met terugwerkende kracht vanaf 19 mei 2005 moest ingaan, omdat hij de beëindiging van zijn WW-uitkering niet tijdig had opgemerkt en brieven hierover niet had ontvangen.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het College niet verantwoordelijk is voor de verzending van brieven van het UWV en dat appellant onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat deze brieven niet zijn verzonden. Tevens geldt volgens vaste rechtspraak dat bijstand in beginsel niet wordt toegekend vóór de datum van aanvraag of melding bij het CWI, tenzij bijzondere omstandigheden dit rechtvaardigen.
De Raad vond dat appellant niet had aangetoond dat er bijzondere omstandigheden waren die een eerdere ingangsdatum rechtvaardigen. Ook mocht appellant niet verwachten dat zijn WW-uitkering automatisch overging in een bijstandsuitkering. Het hoger beroep werd daarom afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De ingangsdatum van de bijstandsuitkering blijft 15 juli 2005; geen terugwerkende kracht naar 19 mei 2005.