ECLI:NL:CRVB:2008:BC9557
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K. Zeilemaker
- R.H.M. Roelofs
- C. van Viegen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens niet gemelde handel in auto's
Appellant ontving bijstand als alleenstaande en werd verdacht van handel in auto's, wat niet was gemeld aan het College van burgemeester en wethouders van Nijmegen. Na onderzoek door de sociale recherche stelde het College vast dat appellant zich tussen 1 januari 2000 en 30 november 2005 bezig hield met handel in auto's. Dit leidde tot intrekking van de bijstand en terugvordering van €74.204,34.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze besluiten ongegrond. In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep deze uitspraak. De Raad oordeelde dat de handel in auto's als op geld waardeerbare werkzaamheden moest worden aangemerkt en dat appellant de inlichtingenplicht had geschonden door dit niet te melden.
Omdat appellant geen deugdelijke administratie voerde, kon niet worden vastgesteld in welke mate hij recht had op bijstand. De Raad benadrukte dat de bestuursrechter niet gebonden is aan het oordeel van de strafrechter. Het College was bevoegd de bijstand over de gehele periode in te trekken en de kosten terug te vorderen. Het hoger beroep werd verworpen en de proceskosten werden niet aan appellant opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de intrekking en terugvordering van bijstand worden bevestigd.