ECLI:NL:CRVB:2008:BC9633
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlaging bijstandsuitkering wegens onvoldoende medewerking aan reïntegratietraject
Appellant ontvangt sinds 1999 een bijstandsuitkering en is sinds 2005 gewezen op arbeidsverplichtingen volgens de Wet werk en bijstand (WWB). Na een periode van ziekte werd appellant door een bedrijfsarts op 13 april 2006 arbeidsgeschikt verklaard voor werk bij Joblink. Desondanks hervatte appellant niet de baanvaardigheidstraining bij Joblink.
Het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Roermond besloot daarom op 27 april 2006 de bijstandsuitkering van appellant met 35% te verlagen gedurende één maand wegens onvoldoende medewerking aan het afgesproken reïntegratietraject. Dit besluit werd door het College gehandhaafd na bezwaar en door de rechtbank Roermond bevestigd.
In hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep werd het beroep van appellant ongegrond verklaard. De Raad oordeelde dat appellant geen geldige reden had voor zijn verzuim en dat het College terecht het besluit tot verlaging van de bijstand had genomen. De Raad vond dat het College zich voldoende had gebaseerd op medische rapportages en dat appellant onvoldoende objectieve onderbouwing had gegeven voor zijn standpunt over zijn arbeidsongeschiktheid.
De Raad bevestigde het besluit van het College en zag geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten. De verlaging van de bijstand was in overeenstemming met de geldende verordening en de WWB.
Uitkomst: De verlaging van de bijstandsuitkering met 35% gedurende één maand wordt bevestigd wegens onvoldoende medewerking aan het reïntegratietraject zonder geldige reden.