ECLI:NL:CRVB:2008:BC9663
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- J.F. Bandringa
- B. Barentsen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak wegens strijd met artikel 8:57 Awb bij weigering WAO-uitkering
Appellante, werkzaam als administratief medewerkster, kreeg vanaf 13 december 2004 een WAO-uitkering geweigerd door het Uwv op basis van een Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) die haar beperkingen vaststelde maar haar in staat achtte haar eigen werk te verrichten. Appellante maakte bezwaar en voerde onder meer aan dat haar vermoeidheidsklachten en andere gezondheidsproblemen onvoldoende waren erkend en dat zij onterecht niet in aanmerking kwam voor een urenbeperking.
De rechtbank Haarlem verklaarde het bezwaar ongegrond, maar liet een zitting achterwege nadat appellante aanvankelijk toestemming had gegeven, terwijl nadien nieuwe stukken werden ingebracht waarop zij niet kon reageren. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat dit in strijd was met artikel 8:57 van Pro de Algemene wet bestuursrecht, omdat het achterwege laten van een zitting alleen mogelijk is indien partijen na kennisname van nieuwe stukken bevestigen dat de toestemming blijft gelden.
De medische beoordeling door de bezwaarverzekeringsarts en arbeidsdeskundige toonde aan dat appellante ondanks haar klachten in staat was haar eigen functie uit te oefenen en dat de beperkingen in de FML adequaat waren. De Raad vond geen aanleiding om de eerdere beoordeling te wijzigen. De aangevallen uitspraak werd daarom vernietigd vanwege procedurele fouten, het beroep werd ongegrond verklaard en het Uwv werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De aangevallen uitspraak wordt vernietigd wegens strijd met artikel 8:57 Awb, het beroep wordt ongegrond verklaard en het Uwv wordt veroordeeld tot proceskostenvergoeding.