ECLI:NL:CRVB:2008:BC9714
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAO-uitkering wegens geschiktheid voor eigen werk
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Arnhem waarin haar beroep tegen de weigering van een WAO-uitkering ongegrond werd verklaard. Het UWV had de uitkering geweigerd omdat appellante niet gedurende 52 weken onafgebroken arbeidsongeschikt was en op de peildatum minder dan 15% arbeidsongeschikt was.
De rechtbank oordeelde dat appellante geschikt was om arbeid te verrichten die overeenkomt met haar belastbaarheid en verwierp haar stelling dat zij niet geschikt was voor haar maatmanfunctie als wetenschappelijk onderzoeker. In hoger beroep stelde appellante dat het medisch onderzoek onzorgvuldig was en dat haar functie onjuist was beschreven.
De Raad concludeert dat het medisch oordeel van het UWV juist is en dat appellante haar eigen werk kan verrichten. De Raad wijst erop dat laboratoriumwerkzaamheden niet tot haar functie behoren en dat het meekijken bij proeven fysiek niet te belastend is. Veranderingen in de functie na de peildatum worden niet in aanmerking genomen. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WAO-uitkering omdat appellante geschikt wordt geacht haar eigen werk te verrichten.