ECLI:NL:CRVB:2008:BC9718
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering na zorgvuldige medische beoordeling
Appellant maakte bezwaar tegen de herziening van zijn WAO-uitkering door het UWV, waarbij zijn arbeidsongeschiktheid werd vastgesteld tussen 55 en 65 procent, een stijging ten opzichte van de eerdere inschatting van 15 tot 25 procent.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en de beperkingen juist waren vastgesteld. Appellant voerde in hoger beroep aan dat er sprake was van een nieuwe diagnose, namelijk een pervasieve ontwikkelingsstoornis, wat aanleiding zou moeten zijn voor een nieuwe beoordeling van zijn Functionele Mogelijkheden Lijst (FML).
De Raad overwoog dat het UWV adequaat en onderbouwd had gereageerd op deze nieuwe diagnose en dat de aard van de stoornis niet relevant was voor de beoordeling van de arbeidsongeschiktheid. Ook werd benadrukt dat de stoornis al sinds de jeugd bestond en appellant hiermee had gewerkt. De Raad vond geen gronden om het beroep gegrond te verklaren en bevestigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening van de WAO-uitkering en verklaart het hoger beroep ongegrond.