ECLI:NL:CRVB:2008:BC9748
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid zonder urenbeperking
Appellante, uitgevallen wegens psoriatrische artritis, verzocht om een WAO-uitkering. Na medisch onderzoek en opstelling van een Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) concludeerde het Uwv dat zij minder dan 15% arbeidsongeschikt was en derhalve geen recht had op een uitkering.
Appellante maakte bezwaar en stelde in hoger beroep dat een urenbeperking had moeten worden toegepast, mede vanwege haar vermoeidheid en een leesstoornis. De Raad beoordeelde het medisch onderzoek als zorgvuldig, waarbij rekening was gehouden met informatie van de behandelend reumatoloog.
De Raad oordeelde dat het Uwv voldoende had onderbouwd waarom geen urenbeperking werd toegepast en dat de leesstoornis adequaat in de FML was verwerkt. Tevens werd geoordeeld dat appellante in staat was de haar geduide functies te vervullen, waarbij de Raad het standpunt van het Uwv onderschreef dat twee vergelijkbare functies als afzonderlijk konden worden beschouwd.
Daarom werd het bestreden besluit bevestigd en het beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WAO-uitkering en oordeelt dat het Uwv terecht geen urenbeperking toepaste.