ECLI:NL:CRVB:2008:BC9752
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering na zorgvuldige herbeoordeling arbeidsongeschiktheid
Appellante, geboren in 1959, ontving sinds 1999 een WAO-uitkering wegens een arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. Na een vijfdejaarsherbeoordeling door een verzekeringsarts en arbeidsdeskundige heeft het UWV bij besluit van 20 september 2004 de uitkering ingetrokken per 17 november 2004. Appellante maakte bezwaar, waarna een bezwaarverzekeringsarts haar opnieuw onderzocht en de beperkingen bevestigde. Het UWV handhaafde daarop de intrekking van de uitkering bij besluit van 14 januari 2005.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond. In hoger beroep stelde appellante dat meer gewicht had moeten worden toegekend aan het advies van haar medisch adviseur en dat de rechtbank een deskundige had moeten inschakelen. Tevens betoogde zij dat de vastlegging van haar beperkingen door het UWV mogelijk in strijd was met een eerdere uitspraak van de Raad van 23 februari 2007.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het medisch onderzoek door het UWV voldoende zorgvuldig was en onderschrijft de bevindingen. De Raad benadrukt dat het beoordelen van lichamelijke en geestelijke beperkingen niet exclusief aan medische deskundigen is voorbehouden. Er is geen aanleiding om een deskundige te benoemen voor nader onderzoek. Het UWV heeft rekening gehouden met de noodzaak van werkafwisseling en de geduide functies voldoen aan deze eis. Er is geen strijd met de eerdere uitspraak van de Raad. De Raad bevestigt daarom het bestreden besluit en wijst het beroep af.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering per 17 november 2004 wordt bevestigd en het beroep van appellante wordt afgewezen.