ECLI:NL:CRVB:2008:BC9799
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- B.J. van der Net
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Vaststelling dagloon WIA-uitkering bij terugwerkende loonsverhoging niet vorderbaar in referteperiode
De zaak betreft een geschil over de vaststelling van het dagloon voor een WIA-uitkering van betrokkene. Het UWV had het dagloon vastgesteld op basis van het daadwerkelijk genoten loon in de referteperiode maart 2003 tot en met februari 2004. Betrokkene stelde dat een in 2005 met terugwerkende kracht toegekende loonsverhoging over 2003 ook moest worden meegenomen.
De rechtbank oordeelde dat deze loonsverhoging als vorderbaar in 2003 moest worden beschouwd en vernietigde het besluit van het UWV. De Centrale Raad van Beroep herzag dit oordeel en stelde vast dat de loonsverhoging niet reeds in de referteperiode vorderbaar was, zoals vereist volgens artikel 2, vierde lid, van het Besluit dagloonregels werknemersverzekeringen.
De Raad benadrukte dat deze bepaling is bedoeld voor situaties waarin loon wel vorderbaar maar niet inbaar is, bijvoorbeeld bij een verdwenen werkgever, en dat betrokkene niet had aangetoond dat dit op zijn situatie van toepassing was. Daarom werd het beroep van het UWV alsnog ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.
Uitkomst: Het beroep van het UWV wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd omdat de loonsverhoging niet vorderbaar was in de referteperiode.