ECLI:NL:CRVB:2008:BC9831
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering ondanks geschil over passende functies en ervaring
Appellant maakte bezwaar tegen de herziening van zijn WAO-uitkering waarbij zijn arbeidsongeschiktheid werd verhoogd van 35-45% naar 65-80%. Het UWV had functies geduid die appellant zou kunnen vervullen, waaronder manager thuiszorginstelling, textielproductenmaker en productiemedewerker textiel.
De rechtbank had het bezwaar ongegrond verklaard en geoordeeld dat de functies passend waren. In hoger beroep voerde appellant aan dat hij niet geschikt was voor deze functies, met name vanwege het ontbreken van de vereiste opleiding en ervaring voor de leidinggevende functie en de repetitieve aard van de textielfuncties die zijn belastbaarheid zouden overschrijden.
De Raad oordeelde dat de medische onderbouwing van het UWV voldoende zorgvuldig was en dat appellant niet kon worden gevolgd in zijn bezwaren tegen de medische beoordeling. De Raad vond dat de beperkingen van appellant juist waren erkend en dat hij in staat was tot de grovere arm- en schouderbewegingen die de textielfuncties vereisen.
Wat betreft de leidinggevende functie stelde de Raad vast dat appellant niet beschikte over de vereiste ervaring, waardoor deze functie niet aan de schatting ten grondslag had mogen liggen. Echter, het wegvallen van deze functie had geen gevolgen voor de indeling in de arbeidsongeschiktheidsklasse, omdat de reservefunctie assistent consultatiebureau passend werd geacht.
De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en zag geen aanleiding tot toepassing van artikel 8:75 Awb Pro.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit tot herziening van de WAO-uitkering en verklaart het bezwaar ongegrond.