ECLI:NL:CRVB:2008:BC9844
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling zorgvuldigheid medisch onderzoek en proceskostenvergoeding bij verlaging WAO-uitkering
Appellant, laatstelijk werkzaam als assistent-accountant, kreeg een WAO-uitkering wegens psychische klachten. Het UWV herzag deze uitkering na medisch en arbeidskundig onderzoek en verlaagde de uitkering. Appellant maakte bezwaar en bracht een psychiatrisch rapport in. De rechtbank benoemde een deskundige die het UWV-standpunt onderschreef, waarna de rechtbank het beroep gegrond verklaarde vanwege onvoldoende motivering van de geschiktheid van functies, maar de rechtsgevolgen van het besluit in stand liet en het UWV slechts veroordeelde tot vergoeding van rechtsbijstand.
In hoger beroep stelde appellant dat de beperkingen in de geduide functies niet goed waren gemotiveerd en dat de concentratiebeperking onjuist werd uitgelegd. Ook vorderde hij vergoeding van kosten van de psychiater. De Raad oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was, onderschreef de uitleg van de concentratiebeperking en verwierp het hoger beroep op die punten.
De Raad oordeelde echter dat de rechtbank ten onrechte de proceskostenvergoeding had beperkt tot rechtsbijstand. Op grond van vaste jurisprudentie behoren ook kosten van rapportages en informatie van behandelaars tot de redelijke proceskosten. De Raad veroordeelde het UWV tot vergoeding van deze kosten en bevestigde de rest van het bestreden besluit.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen op de inhoudelijke punten, maar het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van aanvullende proceskosten.