ECLI:NL:CRVB:2008:BD0143
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. Bolt
- H.G. Rottier
- M.C.M. van Laar
- Rechtspraak.nl
Vernietiging intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende motivering verborgen beperkingen
Appellant, arbeidsongeschikt verklaard wegens rugklachten, kreeg vanaf 30 mei 2002 een WAO-uitkering van 80-100%. Het UWV trok deze uitkering per 4 april 2005 in, omdat de arbeidsongeschiktheid minder dan 15% zou zijn. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en onderschreef de medische en arbeidskundige beoordeling van het UWV.
In hoger beroep stelde appellant dat zijn beperkingen ernstiger waren dan aangenomen, mede door verborgen beperkingen in de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML). De Raad constateerde dat het UWV onvoldoende toelichting had gegeven op deze verborgen beperkingen, waardoor de motivering van het besluit niet voldeed aan artikel 7:12 Awb Pro.
De medische beoordeling werd door de Raad bevestigd, waarbij werd opgemerkt dat eventuele verslechteringen na 4 april 2005 niet relevant zijn voor dit geding. De Raad vernietigde het bestreden besluit en droeg het UWV op een nieuw besluit te nemen met een voldoende onderbouwing van de arbeidsongeschiktheidsbeoordeling. Tevens werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de WAO-uitkering wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering en het UWV wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.