ECLI:NL:CRVB:2008:BD0146
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- J.F. Bandringa
- F.A.M. Stroink
- Rechtspraak.nl
Herziening WAO-uitkering naar 45-55% arbeidsongeschiktheid ondanks slaapstoornis en schouderklachten
Appellante, voormalig taxichauffeur en later centraliste, kreeg vanaf 19 december 2003 een WAO-uitkering toegekend op basis van 80-100% arbeidsongeschiktheid. Na onderzoek door een verzekeringsarts en arbeidskundig onderzoek werd de uitkering herzien naar 45-55% arbeidsongeschiktheid met een maximale belastbaarheid van vier uur per dag.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat zij door een slaapstoornis, depressie en diverse lichamelijke aandoeningen slechts twee uur per dag belastbaar was en dat haar schouderklachten onvoldoende waren meegewogen. De Raad concludeerde echter dat het UWV de beperkingen niet had onderschat en dat de medische en arbeidskundige onderbouwing toereikend was, waarbij ook de concentratiebeperkingen en de aard van de geselecteerde functies werden beoordeeld.
Hoewel de Raad begrip toonde voor de klachten van appellante, vond zij onvoldoende aanleiding om de beperkingen te verhogen. De schouderklachten werden niet als relevant voor de datum van het besluit aangemerkt. De Raad vernietigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, verklaarde het beroep gegrond, maar bepaalde dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand blijven. Tevens werden proceskosten aan appellante toegekend.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit wordt vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.