ECLI:NL:CRVB:2008:BD0223
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- J.F. Bandringa
- E. Dijt
- Rechtspraak.nl
Proceskostenvergoeding bij intrekking hoger beroep na tegemoetkoming bestuursorgaan
Appellante meldde zich ziek in februari 2004 en ontving aanvankelijk ziekengeld op basis van een voorschot. Het Uwv beëindigde in juni 2005 het recht op ziekengeld, wat werd bevestigd bij bezwaar. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond op arbeidskundige gronden en beval het Uwv een nieuw besluit te nemen.
Appellante stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak, maar het Uwv nam in oktober 2006 een nieuw besluit waarin zij onverkort ziekengeld toegekend kreeg. Appellante handhaafde haar hoger beroep met het oog op de medische onderbouwing en een mogelijke heropening van een WAO-uitkering.
Na heropening van de WAO-uitkering in juni 2007 trok appellante het hoger beroep in en verzocht om vergoeding van proceskosten. De Raad oordeelde dat appellante bij het indienen van het beroepschrift nog belang had, omdat het nieuwe besluit toen nog onbekend was. Daarom werd het Uwv veroordeeld tot betaling van € 322,- aan proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het Uwv wordt veroordeeld tot betaling van € 322,- aan proceskostenvergoeding voor het indienen van het beroepschrift in hoger beroep.