ECLI:NL:CRVB:2008:BD0248
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Weigering kinderbijslag wegens onvoldoende aantoonbare onderhoudsbijdrage voor in het buitenland verblijvende kinderen
Appellant vordert kinderbijslag voor zijn drie kinderen die in Turkije verblijven bij hun moeder. De Sociale verzekeringsbank (Svb) heeft de aanvraag afgewezen omdat appellant niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij de vereiste onderhoudsbijdrage van minimaal €1.158 per kwartaal heeft voldaan.
De Raad stelt vast dat de onderhoudsbijdrage op een eenvoudig controleerbare wijze moet worden aangetoond, bijvoorbeeld door bankoverschrijvingen aan de verzorgers van de kinderen. Appellant heeft een bedrag van €1.148 via een reisbureau en een Turkse bank overgemaakt, maar dit is onvoldoende en niet controleerbaar toegerekend aan de kinderen. Overgelegde telefoonnota’s en kledinguitgaven worden niet als bewijs erkend.
Een formulier dat appellant overlegt als bewijs voor een bedrag van €1.160 ontbreekt van een datum en bewijs van ontvangst door de echtgenote. Ook bankafschriften en verklaringen van de echtgenote overtuigen de Raad niet. Een verklaring over een betaling van €2.000, deels bestemd voor schoolgeld, kan niet worden toegerekend aan het kwartaal in kwestie.
De Raad concludeert dat appellant niet heeft voldaan aan de wettelijke voorwaarden voor kinderbijslag en bevestigt het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank. Er worden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van kinderbijslag wegens onvoldoende aantoonbare onderhoudsbijdrage.