ECLI:NL:CRVB:2008:BD0282
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Vernietiging weigering kinderbijslag wegens onvoldoende onderhoudsbewijs
Appellante had kinderbijslag voor haar dochter over het derde kwartaal van 2000 aangevraagd, maar de Sociale verzekeringsbank (Svb) weigerde deze omdat niet was aangetoond dat zij haar dochter in belangrijke mate had onderhouden. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, omdat contante betalingen moeilijk controleerbaar waren en het betaalde schoolgeld onvoldoende werd geacht om aan de onderhoudseis te voldoen.
In hoger beroep stelde appellante dat zij wel degelijk had voldaan aan de onderhoudseis, onderbouwd met betaalbewijzen en schoolgeldbetalingen over de schooljaren 1999-2000 en 2000-2001. De Raad stelde vast dat het derde kwartaal 2000 het vakantiekwartaal betrof, waarin de dochter twee maanden bij haar ouders verbleef. De Svb hanteerde een forfaitaire onderhoudsbijdrage voor verblijf bij het kind of de verzekerde.
De Raad concludeerde dat appellante aannemelijk had gemaakt dat zij een restbijdrage had geleverd die, samen met de schoolgeldbetaling, voldeed aan de onderhoudseis. De aangevallen uitspraak en het bestreden besluit werden vernietigd. De Raad veroordeelde de Svb tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht aan appellante.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot weigering van kinderbijslag wordt vernietigd.