ECLI:NL:CRVB:2008:BD0285
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen niet-ontvankelijkheid bezwaar en proceskostenveroordeling bij gemeente Hoogeveen
Appellant maakte bezwaar tegen de weigering van het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Hoogeveen om bijzondere bijstand te verlenen voor een eigen bijdrage in kosten van rechtsbijstand. Het bezwaar werd niet tijdig ingediend en door het College niet-ontvankelijk verklaard. Appellant stelde beroep in tegen het uitblijven van een beslissing op het bezwaar, maar de rechtbank verklaarde dit beroep niet-ontvankelijk en wees het beroep tegen het besluit ongegrond.
In hoger beroep oordeelt de Centrale Raad van Beroep dat de rechtbank ten onrechte geen proceskostenvergoeding toekende aan appellant voor het voeren van het beroep tegen het uitblijven van een beslissing op bezwaar. De Raad vernietigt dit deel van het vonnis en veroordeelt het College tot vergoeding van de proceskosten.
Verder bevestigt de Raad dat het bezwaar te laat is ingediend, omdat het besluit van 18 augustus 2005 appellant daadwerkelijk heeft bereikt en geen objectieve omstandigheden zijn aangevoerd die de termijnoverschrijding verschoonbaar maken. Het verzoek tot schadevergoeding wordt afgewezen. De Raad bepaalt tevens dat het College het betaalde griffierecht aan appellant moet vergoeden.
Uitkomst: Bezwaar niet-ontvankelijk verklaard wegens termijnoverschrijding, maar College veroordeeld tot betaling van proceskosten en griffierecht.