ECLI:NL:CRVB:2008:BD0375
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- H.J. de Mooij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit beëindiging nabestaandenuitkering en afwijzing schadevergoeding
Appellante, weduwe van een in Canada overleden echtgenoot, kreeg aanvankelijk een nabestaandenuitkering toegekend op grond van het Verdrag sociale zaken Nederland-Canada en de Algemene Weduwen- en Wezenwet (AWW). Na onderzoek stelde de Sociale verzekeringsbank (Svb) vast dat haar echtgenoot geen premie had betaald aan het Canada Pension Plan en beëindigde zij de uitkering per 1 november 1998. Appellante maakte bezwaar en startte een procedure.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat de echtgenoot geen contributor was aan het Canada Pension Plan en dus geen recht gaf op uitkering. Later herzag de Svb dit besluit en zette de uitkering voort met terugwerkende kracht vanaf 1 november 1998, inclusief een nabetaling en vergoeding van wettelijke rente vanaf 1 april 2004, de datum van het nieuwe verdrag.
Appellante vorderde daarnaast vergoeding van wettelijke rente vanaf 1998, belastingschade en proceskosten. De Raad oordeelde dat het oude verdrag geen grond bood voor recht op rente vóór 1 april 2004 en dat de belastingschade onvoldoende was onderbouwd. De proceskosten werden deels toegewezen, met name de reiskosten van de gemachtigde.
De Raad vernietigde het besluit tot beëindiging van de uitkering, verklaarde het beroep gegrond, wees de schadevergoeding af en veroordeelde de Svb tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het besluit tot beëindiging van de nabestaandenuitkering wordt vernietigd, het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen, en een deel van de proceskosten wordt aan appellante vergoed.