ECLI:NL:CRVB:2008:BD0462
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van vermogensvaststelling bij bijstandsverlening op grond van de WWB
Appellant heeft bijstand ontvangen op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) waarbij het College het vermogen van appellant heeft vastgesteld op €3.320,60 bij aanvang van de bijstandsverlening. Appellant maakte bezwaar tegen deze vermogensvaststelling, maar dit bezwaar werd door het College ongegrond verklaard. Vervolgens verklaarde de rechtbank het beroep van appellant tegen dit besluit eveneens ongegrond.
In hoger beroep heeft appellant geen nieuwe argumenten aangevoerd die het oordeel van de rechtbank zouden kunnen wijzigen. De Centrale Raad van Beroep sluit zich aan bij het oordeel van de rechtbank en bevestigt de aangevallen uitspraak. Er is geen aanleiding om appellant in de proceskosten te veroordelen.
De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep en uitgesproken in het openbaar op 22 april 2008.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond.