ECLI:NL:CRVB:2008:BD0499
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAZ-uitkering wegens ontbreken medisch geobjectiveerde arbeidsbeperkingen
Appellant, werkzaam als zelfstandig belastingconsulent, heeft een WAZ-uitkering aangevraagd nadat het UWV hem eerder geen ziekengeld toekende wegens volledige geschiktheid voor zijn werk in loondienst. Het UWV stelde dat appellant geen arbeidsbeperkingen door ziekte of gebrek had en daarom niet arbeidsongeschikt was gedurende de wachttijd van 52 weken. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, wat door de Centrale Raad van Beroep werd bevestigd.
De Raad baseerde zich op medische rapportages van verzekeringsartsen die concludeerden dat er geen sprake was van in aanmerking te nemen arbeidsbeperkingen. De door appellant overgelegde aanvullende medische stukken, waaronder neuropsychologisch onderzoek en een brief van een neuroloog-psychiater, werden door de Raad niet als voldoende bewijs erkend om de eerdere conclusies te weerleggen.
De Raad benadrukte dat arbeidsbeperkingen alleen in aanmerking kunnen worden genomen indien zij hun oorsprong vinden in medisch geobjectiveerde ziekten of gebreken. Hoewel in bijzondere gevallen van objectivering kan worden afgeweken, ontbrak het in deze zaak aan een eenduidige, consistente en medisch gemotiveerde opvatting van deskundigen dat appellant arbeidsbeperkingen heeft. Daarom werd het hoger beroep afgewezen en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WAZ-uitkering wegens het ontbreken van medisch geobjectiveerde arbeidsbeperkingen.