ECLI:NL:CRVB:2008:BD0541
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging berekening toeslag AOW-pensioen ondanks wijziging inkomsten echtgenote
Appellant maakte bezwaar tegen de berekening van de toeslag op zijn AOW-pensioen, waarbij de Sociale Verzekeringsbank (Svb) een korting toepaste vanwege het inkomen van zijn echtgenote. Aanvankelijk werd rekening gehouden met inkomsten uit dienstbetrekkingen, later met ziekengeld. Nadat de dienstbetrekkingen waren beëindigd, wijzigde de Svb de toeslag met ingang van 1 januari 2003 en kondigde een terugvordering aan.
De rechtbank oordeelde dat het inkomen van de echtgenote vanaf die datum niet langer als opbrengst van arbeid kon worden beschouwd, omdat er geen dienstbetrekking meer was. Dit inkomen moest volledig in mindering worden gebracht op de toeslag. Ook werd geoordeeld dat de brief van de Svb slechts een voornemen tot terugvordering was en geen besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht.
In hoger beroep bracht appellant geen nieuwe argumenten naar voren en stelde dat de berekening in strijd was met artikel 6 EVRM Pro, wat niet nader werd toegelicht. De Raad bevestigde de eerdere uitspraak en verklaarde het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de korting op de toeslag en verklaart het hoger beroep ongegrond.