ECLI:NL:CRVB:2008:BD0563
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K. Zeilemaker
- R.H.M. Roelofs
- C. van Viegen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van woonplaats en bijstandsaanvraag in hoger beroep tegen afwijzing gemeente Almere
Appellante diende bijstandsaanvragen in bij de gemeente Almere, maar het College wees deze af omdat zij niet feitelijk in Almere verbleef. Hoewel zij stond ingeschreven in Almere, bleek uit het onderzoek dat haar hoofdverblijf elders was, namelijk in Amsterdam.
De voorzieningenrechter had het College opgedragen de aanvraag door te sturen naar Amsterdam, die vervolgens bijstand toekende. Appellante voerde aan dat zij in de periode van 1 februari tot 1 augustus 2005 bijstand behoefde en dat een van de gemeenten gehouden was tot bijstandsverlening. Tevens stelde zij dat bij verschil van inzicht een domicilieprocedure had kunnen worden gestart.
De Raad oordeelt dat de feitelijke verblijfplaats bepalend is voor de woonplaats en dat het College Almere terecht de aanvragen heeft afgewezen en behandeld. Het College Amsterdam heeft geen domiciliegeschil met Almere aanhangig gemaakt. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de bijstandsaanvragen door gemeente Almere bevestigd.