ECLI:NL:CRVB:2008:BD0568
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering ondanks medische bezwaren appellante
Appellante maakte bezwaar tegen de herziening van haar WAO-uitkering door het UWV, waarbij haar arbeidsongeschiktheid werd vastgesteld op 55 tot 65% vanaf 12 februari 2004. De rechtbank Maastricht verklaarde het beroep deels niet-ontvankelijk en stuurde het bezwaar terug naar het UWV voor verdere afhandeling. Het UWV verklaarde het bezwaar ongegrond en handhaafde het besluit.
In hoger beroep heeft appellante medische stukken overgelegd ter onderbouwing van haar standpunt dat zij geen duurzaam benutbare mogelijkheden heeft. Deze stukken omvatten rapporten van een zenuwarts, anesthesioloog, psychiater en psychotherapeut. Het UWV reageerde met een rapport van een bezwaarverzekeringsarts.
De Centrale Raad van Beroep onderschrijft de overwegingen van de rechtbank dat het bestreden besluit op een deugdelijke medische en arbeidskundige grondslag berust. De medische stukken van appellante geven geen aanleiding tot twijfel aan de juistheid van de vastgestelde beperkingen. De Raad acht de beperkingen adequaat vastgesteld en bevestigt de aangevallen uitspraak.
Uitkomst: De herziening van de WAO-uitkering van appellante wordt bevestigd en het hoger beroep ongegrond verklaard.