ECLI:NL:CRVB:2008:BD0590
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep eigenrisicodragerschap WAO en inlooprisico
In deze zaak staat het geschil tussen appellante en het UWV centraal over het eigenrisicodragerschap voor de WAO en de gevolgen daarvan, met name het inlooprisico. Appellante werd per 1 juli 2004 eigenrisicodrager en had vooraf bij het UWV informatie gevraagd over een ex-werknemer die op het moment van uitdiensttreding ziek was. Het UWV reageerde niet op dit verzoek. Later werd aan de ex-werknemer een WAO-uitkering toegekend, waarvan appellante de kosten moest dragen.
Appellante maakte bezwaar tegen deze lasten, maar het UWV verklaarde het bezwaar ongegrond. De rechtbank oordeelde aanvankelijk dat de brief van het UWV geen besluit was en verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk, maar stelde het bezwaar tegen het besluit van het UWV van 30 november 2005 gegrond. Het UWV en appellante gingen in hoger beroep tegen deze uitspraken.
De Centrale Raad van Beroep stelt dat de mededeling van het UWV over de gevolgen van het eigenrisicodragerschap wel degelijk een besluit is in de zin van de Algemene wet bestuursrecht. Het inlooprisico maakt integraal deel uit van het eigenrisicodragerschap en kan niet worden uitgesloten, tenzij bijzondere omstandigheden zich voordoen. De Raad ziet geen bijzondere omstandigheden, ook niet door het uitblijven van een reactie op de verzoekbrief van appellante. Appellante had zelf actie moeten ondernemen om de informatie te verkrijgen. Het beroep van het UWV wordt gegrond verklaard en dat van appellante ongegrond, waarbij eerdere uitspraken worden vernietigd of bevestigd.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit van 30 november 2005 wordt ongegrond verklaard en het beroep van appellante tegen het besluit van 3 augustus 2006 wordt afgewezen.