ECLI:NL:CRVB:2008:BD0837
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- H.G. Rottier
- F.A.M. Stroink
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit intrekking WAO-uitkering wegens onduidelijke maatman
Appellant, voormalig zelfstandig garagehouder en later adviseur, kreeg een WAO-uitkering die het UWV in 2003 introk op grond dat hij geschikt zou zijn voor zijn eigen werk als adviseur. De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze intrekking ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelt anders.
De Raad stelt vast dat het geschil zich beperkt tot de vraag of het UWV de juiste maatgevende arbeid (maatman) heeft gehanteerd. Het UWV heeft onvoldoende duidelijk gemaakt wat de laatst verrichte werkzaamheden van appellant precies waren en heeft tegenstrijdige stellingen ingenomen over zijn vaardigheden en werkzaamheden. Dit leidt tot onduidelijkheid over de juiste maatman.
De Raad benadrukt dat de maatman het laatstelijk uitgeoefende werk is, ongeacht de beoordeling van de kwaliteit van dat werk door de werkgever. Het UWV moet een nieuw onderzoek instellen naar de maatman. De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd en het UWV wordt veroordeeld in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de WAO-uitkering wordt vernietigd en het UWV dient een nieuw besluit te nemen.