ECLI:NL:CRVB:2008:BD0905
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering WAO-uitkering wegens overschrijding redelijke termijn met schadevergoeding
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen de rechtbankuitslag waarin het UWV terecht werd geacht de WAO-uitkering te weigeren per 24 mei 2002. De Raad bevestigt het oordeel van de rechtbank over de inhoudelijke afwijzing van de uitkering.
Wel oordeelt de Raad dat de procedure onredelijk lang heeft geduurd, ruim 4 jaar en 8 maanden, waardoor artikel 6 EVRM Pro is geschonden. Het UWV erkent de onrechtmatigheid en stemt in met vergoeding van immateriële schade.
De Raad vernietigt het besluit van 28 juni 2005 wegens deze termijnoverschrijding, laat de rechtsgevolgen in stand, en veroordeelt het UWV tot een schadevergoeding van €1.400 en proceskosten van €1.288. Het griffierecht wordt eveneens vergoed.
De inhoudelijke klachten van appellant over medische beoordeling en arbeidsdeskundig onderzoek worden door de Raad ongegrond verklaard. De Raad vindt dat het UWV voldoende onderzoek heeft gedaan en dat de functies passend zijn.
De uitspraak is gedaan door J. Brand, in aanwezigheid van griffier M. van der Vos, op 25 april 2008.
Uitkomst: Het besluit van het UWV tot weigering van de WAO-uitkering wordt vernietigd wegens overschrijding van de redelijke termijn en appellant ontvangt een immateriële schadevergoeding van €1.400.