ECLI:NL:CRVB:2008:BD0953
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening en intrekking WAO-uitkering ondanks betwisting pijnklachten
Appellante ging in hoger beroep tegen het besluit van het UWV om haar WAO-uitkering te herzien en uiteindelijk in te trekken, omdat haar arbeidsongeschiktheid volgens het UWV was gedaald tot minder dan 15%.
De rechtbank had het beroep ongegrond verklaard, stellende dat de medische informatie van behandelaars was betrokken bij de verzekeringsgeneeskundige beoordeling en dat er geen reden was om te twijfelen aan de geschiktheid van appellante voor de geselecteerde functies.
In hoger beroep stelde appellante dat haar beperkingen waren onderschat en dat niet was toegelicht waarom zij de functies kon vervullen. De Raad oordeelde dat deze stellingen onvoldoende waren onderbouwd en dat de rapporten van de bezwaararbeidsdeskundige duidelijk maakten waarom de functies geschikt waren.
De Raad concludeerde dat appellante op de relevante data in staat was de functies te vervullen, hetgeen de lagere uitspraak bevestigde. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de herziening en intrekking van de WAO-uitkering bevestigd.