ECLI:NL:CRVB:2008:BD1004
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- R. Kooper
- M.C. Bruning
- Rechtspraak.nl
Ongepast e-mailgedrag rechtvaardigt geen voorwaardelijk strafontslag bij belemmering re-integratie
Appellant, werkzaam als conducteur bij het GVB, kreeg op 6 november 2003 voorwaardelijk ontslag opgelegd wegens het niet naleven van voorschriften. Na arbeidsongeschiktheid en toekenning van RAP-status werd hij begeleid bij re-integratie door een loopbaanadviseur. In november 2004 stuurde appellant een e-mail met ongepaste bewoordingen aan zijn loopbaanadviseur, wat werd aangemerkt als plichtsverzuim.
Het college legde het voorwaardelijk strafontslag ten uitvoer wegens belemmering van re-integratie. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. De Raad overweegt dat appellant niet onder invloed van alcohol bij gesprekken verscheen en dat hij sollicitaties verrichtte en tijdelijke functies naar tevredenheid vervulde. Hoewel de e-mail ongepaste bewoordingen bevatte, is dit onvoldoende om het strafontslag te rechtvaardigen.
De Raad vernietigt het bestreden besluit en het primaire besluit tot tenuitvoerlegging van het strafontslag. Tevens veroordeelt de Raad het college in de proceskosten van appellant. De uitspraak benadrukt het belang van zorgvuldige communicatie en het zoeken naar overleg in re-integratietrajecten.
Uitkomst: Het voorwaardelijk strafontslag wordt niet ten uitvoer gelegd en het besluit wordt vernietigd.