ECLI:NL:CRVB:2008:BD1009
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.C.F. Talman
- K.J. Kraan
- J.L.P.G. van Thiel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging onvoorwaardelijk ontslag arrestantenbewaarder wegens seksueel plichtsverzuim
Appellant, sinds 1996 werkzaam als arrestantenbewaarder, werd beschuldigd van seksueel plichtsverzuim jegens een vrouwelijke arrestant op 1 mei 2003. Na een intern onderzoek door het Bureau Interne Zaken en een verhoor op 22 oktober 2003 werd hij buiten functie gesteld en uiteindelijk onvoorwaardelijk ontslagen per 12 oktober 2004. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en bevestigde het ontslag.
In hoger beroep voerde appellant ernstige tekortkomingen aan in het interne onderzoek en stelde dat zijn verklaringen onder druk waren afgelegd. Tevens stelde hij dat de korpsbeheerder de klachtenregeling niet correct had toegepast en dat zijn beperkte taalvaardigheid en opleiding tot arrestantenbewaarder meewogen. De Raad oordeelde dat het ontslag uitsluitend gebaseerd was op het plichtsverzuim met seksuele toespelingen en machtsmisbruik, en dat er geen voorschrift bestaat dat de klachtenregeling voorrang moet krijgen.
De Raad verwierp de stellingen van appellant over druk bij het verhoor en concludeerde dat het plichtsverzuim ernstig was, mede gezien het vertrouwen dat een arrestantenbewaarder moet genieten. De omstandigheden zoals opleidingstekortkomingen en taalbeheersing werden niet als verzachtende factoren gezien. Het ontslag werd als proportioneel beoordeeld en de aangevallen uitspraak werd bevestigd.
Uitkomst: Het onvoorwaardelijk ontslag van de arrestantenbewaarder wordt bevestigd wegens ernstig plichtsverzuim.