ECLI:NL:CRVB:2008:BD1012
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.C.F. Talman
- K.J. Kraan
- A.A.M. Mollee
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van niet-ontvankelijkheid bezwaar wegens overschrijding bezwaartermijn bij suppletie-uitkering
Appellant ontving een suppletie-uitkering naast een WW-uitkering, die later werd teruggevorderd omdat de inkomsten hoger bleken dan aanvankelijk aangenomen. Appellant maakte bezwaar tegen deze terugvordering, maar dit bezwaar werd door de staatssecretaris niet-ontvankelijk verklaard vanwege overschrijding van de bezwaartermijn.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde deze uitspraak. Appellant stelde dat hij tijdig bezwaar had gemaakt met een brief van 18 november 2005, maar deze brief was niet aangetekend verzonden en werd niet ontvangen. Toen appellant dit op 23 december 2005 ontdekte, diende hij het bezwaar opnieuw in op 1 januari 2006, maar dit was buiten de termijn.
De Raad oordeelde dat de bezwaartermijn correct was vastgesteld en dat het risico van niet-ontvangen post bij appellant lag. Ook het argument dat het uitvoeringsorgaan niet binnen zes weken reageerde, deed hieraan niet af. De Raad wees een verzoek om proceskostenvergoeding af en bevestigde de niet-ontvankelijkheid van het bezwaar.
Uitkomst: Het bezwaar van appellant wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn; de aangevallen uitspraak wordt bevestigd.