ECLI:NL:CRVB:2008:BD1061
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- Rechtspraak.nl
Bevestiging rechtmatigheid verrekening kosten met terugvordering WW-uitkering
Appellant ontving een WW-uitkering die door het UWV werd herzien wegens te veel betaalde bedragen over de periode juni tot oktober 2003. Het UWV vorderde het te veel betaalde bedrag terug en kende appellant een vergoeding toe voor kosten gemaakt in verband met bezwaar tegen deze terugvordering. Vervolgens verrekende het UWV deze kostenvergoeding met de terugvordering, waardoor een kleiner bedrag resteerde.
Appellant stelde beroep in tegen deze verrekening. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat verrekening van proceskosten met de terugvordering mogelijk is op grond van algemeen publiekrechtelijke beginselen, tenzij de wet of de aard van de rechtsverhouding zich daartegen verzet. De Raad bevestigt dit oordeel en benadrukt dat de aard van de rechtsverhouding tussen het UWV en appellant zich niet verzet tegen verrekening, ook al is de rechtsbijstand verleend op basis van een verzekeringsovereenkomst tussen appellant en zijn gemachtigde.
De Raad ziet geen beletsel voor de administratieve rechter om te oordelen over het beroep en wijst de gronden van appellant af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het UWV de kostenvergoeding mag verrekenen met de terugvordering van de WW-uitkering.