ECLI:NL:CRVB:2003:AN7514
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van verrekening proceskosten met teruggevorderde uitkering door UWV
Appellant maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV om een bedrag aan proceskosten en griffierecht niet uit te betalen, maar te verrekenen met een restant schuld uit hoofde van terugvordering van onverschuldigd betaalde uitkeringen. De rechtbank verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk omdat het geen besluit in de zin van de Awb zou betreffen en vernietigde het bestreden besluit.
In hoger beroep stelde appellant dat verrekening van teruggevorderde uitkeringsbedragen met andere tegoeden een publiekrechtelijke aangelegenheid is. De Raad oordeelde dat hoewel artikel 3 van Pro het Besluit TICA alleen ziet op nabetaling van uitkeringen, het besluit tot verrekening van proceskosten met teruggevorderde bedragen wel degelijk een besluit in de zin van artikel 1:3 Awb Pro is, gebaseerd op algemene publiekrechtelijke beginselen.
De Raad verwierp het standpunt van de rechtbank dat het bezwaar niet-ontvankelijk moest worden verklaard en bevestigde dat het UWV bevoegd is tot dergelijke verrekening. Het bestreden besluit waarbij het bezwaar ongegrond werd verklaard, blijft daarmee in stand. De Raad vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de verrekening van proceskosten met teruggevorderde uitkeringen wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand.