ECLI:NL:CRVB:2008:BD1184
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering voortzetting WW-uitkering wegens niet tijdig beëindigen zelfstandige werkzaamheden
Appellant ontving sinds 1 juli 2003 een WW-uitkering die op 2 augustus 2004 werd ingetrokken vanwege het starten als zelfstandige. Appellant verzocht op 16 maart 2006 om voortzetting van de WW-uitkering, maar het Uwv weigerde dit omdat appellant zijn zelfstandige werkzaamheden niet binnen de wettelijke termijn van achttien maanden had beëindigd.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat het werknemerschap definitief was geëindigd per 2 augustus 2004. Appellant stelde in hoger beroep dat hij pas per 1 januari 2005 als zelfstandige werkte en dat hij in de periode daarvoor niet als zelfstandige actief was, maar dit werd door de Raad niet gevolgd.
De Raad overweegt dat het niet relevant is of appellant voor zijn werkzaamheden betaald werd en bevestigt het oordeel van de rechtbank dat de weigering van voortzetting van de WW-uitkering terecht is. Er zijn geen gronden voor vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van voortzetting van de WW-uitkering omdat appellant zijn zelfstandige werkzaamheden niet binnen anderhalf jaar na aanvang heeft beëindigd.