ECLI:NL:CRVB:2008:BD1217
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.J.H. Doornewaard
- J.P.M. Zeijen
- R. Kruisdijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering en intrekking WAO-uitkering wegens geschiktheid eigen werk
Appellante ontving sinds 1999 een WAO-uitkering, laatstelijk vastgesteld op een arbeidsongeschiktheid van 25 tot 35%. Het UWV besloot in 2004 de uitkering niet te verhogen na medisch onderzoek dat geen toename van arbeidsongeschiktheid aantoonde. Vervolgens werd de WAO-uitkering per 17 oktober 2004 ingetrokken omdat de arbeidsongeschiktheid minder dan 15% bedroeg.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen deze besluiten ongegrond, stellende dat de medische rapportages van het UWV en aanvullende medische informatie onvoldoende bewijs leverden voor een toename van de arbeidsongeschiktheid. De rechtbank achtte appellante geschikt voor haar eigen werk als retail/verkoopadviseur bij een bank, mede gelet op de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML).
In hoger beroep voerde appellante aan dat zij door klachten van een nekhernia en beperkingen in haar rechterhand haar werk niet kon verrichten. De Raad overwoog echter dat deze beperkingen kunnen worden gecompenseerd door gebruik van de linkerhand en dat de medische rapportages, inclusief die van prof. dr. Rozing, haar slechts beperkt in haar werkzaamheden achten. De Raad onderschreef de overwegingen van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond.
De Raad bevestigde tevens dat de klachten aan linkerarm en -schouder zijn meegenomen in de beoordeling en zag geen aanleiding tot proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 18 april 2008.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering en intrekking van de WAO-uitkering bevestigd.