ECLI:NL:CRVB:2008:BD1309
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.J.H. Doornewaard
- J.P.M. Zeijen
- R. Kruisdijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante ging in hoger beroep tegen het besluit van het UWV om haar WAO-uitkering, berekend op een arbeidsongeschiktheid van 45 tot 55%, met ingang van 11 april 2004 in te trekken. Het bezwaar tegen dit besluit was eerder ongegrond verklaard door het UWV en bevestigd door de rechtbank Utrecht.
In hoger beroep voerde appellante aan dat haar cognitieve beperkingen, vastgesteld door neuropsycholoog dr. J. Bruins, onvoldoende waren meegewogen. De Raad oordeelde echter dat deze beperkingen relatief licht waren en dat rekening houden met deze beperkingen binnen de functionele mogelijkhedenlijst voldoende tegemoet kwam aan haar klachten. Dit oordeel werd ondersteund door het commentaar van de bezwaarverzekeringsarts.
Daarnaast stelde appellante dat het door het UWV gebruikte Claimbeoordelings- en Borgingssysteem (CBBS) gebreken vertoonde. De Raad verwierp ook deze grief en verwees naar eerdere uitspraken waarin het CBBS-systeem werd bevestigd. De Raad concludeerde dat de medische grondslag en de toepassing van het CBBS-systeem juist waren en bevestigde daarom de aangevallen uitspraak.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid.