ECLI:NL:CRVB:2008:BD1312
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.J.H. Doornewaard
- J.P.M. Zeijen
- R. Kruisdijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAO-uitkering wegens gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid bij aanvang verzekering
Betrokkene werkte sinds mei 2001 als assistent sportmedewerker en viel in oktober 2002 uit wegens gezondheidsklachten. Het UWV weigerde een WAO-uitkering toe te kennen omdat betrokkene reeds gedeeltelijk arbeidsongeschikt was bij aanvang van de verzekering. De medische beoordeling door de verzekeringsarts en de arbeidsdeskundige leidde tot deze conclusie.
De gemachtigde van betrokkene werd geïnformeerd over een voorgenomen wijziging van het besluit en kreeg de mogelijkheid tot schriftelijke reactie en het uiten van bezwaren. Een hoorzitting werd niet gehouden omdat betrokkene dit niet wenste. Het bezwaar werd ongegrond verklaard en de rechtbank verklaarde het beroep eveneens ongegrond.
In hoger beroep stelde betrokkene dat het besluit onzorgvuldig en onvoldoende gemotiveerd was, onder meer omdat de medische grondslag niet meer voor bezwaar vatbaar zou zijn en er geen nieuwe hoorzitting was gehouden. De Raad oordeelde dat het UWV ten onrechte stelde dat de medische grondslag niet meer voor bezwaar vatbaar was, maar dit betrokkene niet had mogen weerhouden van bezwaar. De Raad vond de procedure zorgvuldig en de motivering voldoende en bevestigde het bestreden besluit.
Er werd geen vergoeding toegekend voor kosten gemaakt in bezwaar, omdat het primaire besluit niet was herroepen. De medische beoordeling door de bezwaarverzekeringsarts werd als juist en zorgvuldig beoordeeld. Er waren geen nieuwe objectieve medische gegevens die een ander oordeel zouden rechtvaardigen.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde de uitspraak van de rechtbank Amsterdam en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WAO-uitkering en verklaart het hoger beroep ongegrond.