ECLI:NL:CRVB:2008:BD1332
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A. Beuker-Tilstra
- G.L.M.J. Stevens
- H.R. Geerling-Brouwer
- Rechtspraak.nl
Verrekening inkomsten uit na ontslag aangegane dienstbetrekking met UGM-uitkering
Betrokkene, voormalig beroepsmilitair, werd na zijn functioneel leeftijdsontslag benaderd om werkzaamheden te verrichten via een uitzendbureau bij het KIM. De Staatssecretaris van Defensie verrekende de inkomsten uit deze werkzaamheden met de UGM-uitkering, wat betrokkene betwistte. De rechtbank verklaarde het bezwaar gegrond en vernietigde het verrekeningsbesluit, stellende dat de werkzaamheden niet gelijkgesteld konden worden aan een dienstbetrekking.
In hoger beroep stelde de Centrale Raad vast dat betrokkene niet in dienstbetrekking was bij het Ministerie van Defensie, maar via een uitzendbureau werkte in een andere functie dan voorheen. Hierdoor kwalificeerden de inkomsten als inkomsten in de zin van artikel 5, lid 1, UGM, en waren ze verrekenbaar met de uitkering.
De Raad verwierp het beroep op de hardheidsclausule omdat betrokkene bewust en vrijwillig de werkzaamheden aanvaardde met kennis van de financiële gevolgen. Ook werd het beroep op het gelijkheidsbeginsel afgewezen, aangezien de functie van betrokkene geen knelpuntfunctie was zoals in het aangehaalde vergelijkingsgeval.
De Raad vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep ongegrond, waardoor de verrekening van de inkomsten met de UGM-uitkering rechtmatig was.
Uitkomst: Het beroep van betrokkene wordt ongegrond verklaard en de verrekening van inkomsten met de UGM-uitkering bevestigd.