ECLI:NL:CRVB:2008:BD1335
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- A. Beuker-Tilstra
- G.L.M.J. Stevens
- H.R. Geerling-Brouwer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing erkenning als burger-oorlogsslachtoffer wegens ontbreken blijvende invaliditeit
Appellant, geboren in 1936 in voormalig Nederlands-Indië, heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Pensioen- en Uitkeringsraad waarin zijn aanvraag om erkend te worden als burger-oorlogsslachtoffer werd afgewezen. De afwijzing was gebaseerd op het oordeel dat appellant geen blijvende lichamelijke of psychische invaliditeit had als gevolg van oorlogsgeweld, ondanks toename van psychische klachten sinds 2000.
Tijdens het proces is vastgesteld dat appellant thuis is bezocht door een geneeskundig adviseur en dat er aanvullende informatie is ingewonnen bij zijn huisarts. Het medisch onderzoek is als zorgvuldig beoordeeld, ondanks een enkele verschrijving in het rapport. De Raad concludeerde dat de psychische klachten van appellant weliswaar zijn verergerd, maar niet van dien aard zijn dat sprake is van invaliditeit in de zin van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers.
Appellants beroep werd ongegrond verklaard, mede omdat de medische gevolgen van oorlogservaringen per individu verschillen en de erkenning van zijn broers voor een toeslag niet tot een ander oordeel leidt. Er werd geen vergoeding van proceskosten toegekend.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard wegens het ontbreken van blijvende invaliditeit.