ECLI:NL:CRVB:2008:BD1339
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- A. Beuker-Tilstra
- G.L.M.J. Stevens
- H.R. Geerling-Brouwer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag uitkering burger-oorlogsslachtoffers wegens ontbreken oorlogsgeweld
Appellant, geboren in 1931 in het voormalige Nederlands-Indië, diende in september 2006 een aanvraag in voor een uitkering op grond van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945. Hij baseerde zijn aanvraag op gezondheidsklachten die hij toeschrijft aan zijn ervaringen tijdens de Japanse bezetting en de daaropvolgende Bersiap-periode, waaronder gedwongen tewerkstelling, mishandeling, bedreiging en getuige zijn van geweld.
De verweerster, de Pensioen- en Uitkeringsraad, wees de aanvraag af omdat in de beschikbare archieven geen gegevens werden gevonden die het relaas van appellant bevestigen. De Raad constateerde dat het verblijf in het opvangkamp Bronbeek niet als verplichte tewerkstelling kwalificeert, het oogletsel het gevolg was van een ongeluk en niet van geweld door of namens de bezetter, en dat bedreigingen door pemoeda’s geen daadwerkelijk lichamelijk geweld inhielden.
De Raad heeft op basis van getuigenverklaringen, historische archieven en vergelijkbare casus geen bewijs kunnen vinden dat appellant blootstond aan oorlogsgeweld zoals bedoeld in de wet. Ook het verzoek tot medisch of psychiatrisch onderzoek werd afgewezen omdat daarvoor geen indicatie bestond.
Gezien het ontbreken van nieuwe onderbouwing van de grieven van appellant, verklaarde de Raad het beroep ongegrond en handhaafde het bestreden besluit. Er werden geen gronden gezien voor toepassing van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit tot afwijzing van de uitkering wordt gehandhaafd.