ECLI:NL:CRVB:2008:BD1363
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAO-uitkering wegens ontbreken relevante beperkingen door ziekte of gebrek
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Hertogenbosch, waarin werd geoordeeld dat het UWV terecht de WAO-uitkering heeft geweigerd. De Raad heeft het oordeel van de rechtbank onderschreven en geen aanleiding gezien om daarvan af te wijken.
De Raad heeft overwogen dat de klachten van appellante, waaronder whiplashklachten, onvoldoende medisch onderbouwd zijn om relevante beperkingen aan te nemen. De rapportages van diverse medische deskundigen, waaronder verzekeringsartsen, klinisch psychologe en zenuwarts, zijn in de beoordeling betrokken en niet miskend.
Het standpunt van appellante dat te veel is teruggegrepen op oudere rapportages is niet gevolgd, omdat haar klachten zijn gerelateerd aan een ongeval in 1995 en het juist is om informatie uit die periode te betrekken. Ook het bezwaar dat onvoldoende informatie is ingewonnen bij de bedrijfsarts en manueel therapeut is ongegrond, omdat deze informatie reeds in de rapportage van de bezwaarverzekeringsarts is verwerkt.
De Raad acht geen gronden aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en bevestigt de aangevallen uitspraak.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WAO-uitkering wegens het ontbreken van relevante beperkingen door ziekte of gebrek.