ECLI:NL:CRVB:2008:BD1364
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- H.J. de Mooij
- F.A.M. Stroink
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag WAO-uitkering wegens ontbreken verzekeringsgegevens
Appellanten, de erven van betrokkene, hebben hoger beroep ingesteld tegen de afwijzing van een WAO-uitkering die was aangevraagd vanwege arbeidsongeschiktheid sinds 1992. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) had de aanvraag buiten behandeling gesteld en later afgewezen omdat appellanten geen bewijs hadden geleverd van verzekeringsstatus onder de WAO en geen medische gegevens over de arbeidsongeschiktheid hadden verstrekt.
De rechtbank had de afwijzing bevestigd, waarbij werd geoordeeld dat het Uwv terecht artikel 4:5 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) had toegepast. In hoger beroep oordeelt de Centrale Raad van Beroep dat het Uwv terecht heeft geconcludeerd dat er geen aanwijzingen zijn dat betrokkene verzekerd was op grond van de WAO in de periode waar het om gaat.
De Raad merkt op dat het Uwv bij het besluit op bezwaar is afgeweken van de grondslag van het primaire besluit, maar dat dit geen reden is om de afwijzing te herzien. Er is geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de WAO-uitkering wegens ontbreken van bewijs van verzekeringsstatus.