ECLI:NL:CRVB:2008:BD1367
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging toepassing artikel 58 WAZ op inkomsten uit verhuur van bedrijfspand
Appellant stelde in hoger beroep dat de inkomsten uit verhuur van zijn bedrijfspand niet als inkomsten uit arbeid in de zin van artikel 58 van Pro de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen (WAZ) moesten worden aangemerkt. De rechtbank Alkmaar had eerder geoordeeld dat het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) deze inkomsten terecht als zodanig had gekwalificeerd, mede omdat appellant deze opbrengsten fiscaal als inkomsten uit arbeid had verantwoord en de fiscus dit had geaccepteerd.
De Centrale Raad van Beroep verwijst naar de aangevallen uitspraak voor een uitgebreid overzicht van de feiten en constateert dat de door appellant aangehaalde jurisprudentie niet van toepassing is op zijn situatie. De Raad benadrukt dat de jurisprudentie die appellant aanvoert betrekking heeft op andere situaties, zoals wanneer de fiscus opbrengsten uit verhuur als inkomsten uit vermogen classificeert, wat hier niet het geval is.
De Raad oordeelt dat het hoger beroep geen nieuwe relevante gezichtspunten bevat en dat de rechtbank de grieven van appellant voldoende heeft gemotiveerd en terecht heeft afgewezen. Er zijn geen bijzondere omstandigheden die aanleiding geven tot een andere kwalificatie van de inkomsten. De aangevallen uitspraak wordt daarom bevestigd, en er is geen grond voor toepassing van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de kwalificatie van de inkomsten uit verhuur als inkomsten uit arbeid wordt bevestigd.