ECLI:NL:CRVB:2008:BD1376
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. Bolt
- H.G. Rottier
- H. Bedee
- Rechtspraak.nl
Beoordeling weigering WAO-uitkering wegens onvoldoende medische grondslag
Appellante, sinds 1997 arbeidsongeschikt wegens knieklachten, kreeg aanvankelijk een WAO-uitkering van 15-25%, later verhoogd naar 80-100%, maar deze werd per 13 mei 2004 ingetrokken omdat zij naar het oordeel van het UWV voldoende functionele mogelijkheden had.
Appellante voerde aan dat haar pijnklachten ernstig waren en niet adequaat werden meegewogen, mede door allergische reacties op medicatie en mobiliteitsproblemen. Zij bracht medische rapporten in, waaronder van een orthopedisch chirurg die een toename van klachten bevestigde.
De Raad oordeelde dat de functionele mogelijkheden, vooral gericht op zittend werk, niet waren overschat en dat subjectieve pijnbeleving geen doorslaggevende rol speelt bij de WAO-beoordeling. De rechtbank had voldoende gemotiveerd geoordeeld en appellante kon zich bij toename van klachten opnieuw melden.
Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WAO-uitkering per 13 mei 2004 wegens onvoldoende medische beperkingen.