ECLI:NL:CRVB:2008:BD1409
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. Bolt
- C.W.J. Schoor
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Centrale Raad vernietigt besluiten UWV over WAZ-uitkering wegens onjuiste beoordeling arbeidsongeschiktheid
Appellant, werkzaam als zelfstandig klusser, vroeg op 15 maart 2004 een WAZ-uitkering aan wegens arbeidsongeschiktheid. Het UWV weigerde aanvankelijk de uitkering toe te kennen na de wachttijd, omdat volgens hun beoordeling geen sprake was van voldoende arbeidsongeschiktheid. Appellant maakte bezwaar tegen deze besluiten en stelde dat zijn beperkingen werden onderschat en dat sprake was van toegenomen arbeidsongeschiktheid.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het UWV onjuist was uitgegaan van een verkorte wachttijd en dat de medische beperkingen van appellant per 5 november 2003 niet voldoende waren onderbouwd. Tevens was het UWV er niet in geslaagd om buiten twijfel te stellen dat de toegenomen beperkingen per 6 mei 2004 niet uit dezelfde ziekteoorzaak voortvloeiden. De Raad vond dat het UWV onvoldoende onderzoek had gedaan naar mogelijke oorzakelijke verbanden en dat de motivering van de besluiten onvoldoende was.
De aangevallen uitspraken van de rechtbank werden vernietigd voor zover zij de besluiten in stand lieten. De Raad bepaalde dat het UWV nieuwe besluiten op bezwaar moet nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werd het UWV veroordeeld in de proceskosten van appellant en werd het betaalde griffierecht aan appellant vergoed.
Uitkomst: De Centrale Raad vernietigt de besluiten van het UWV en beveelt nieuwe besluitvorming met inachtneming van de uitspraak.