ECLI:NL:CRVB:2009:BI9730
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- J.P.M. Zeijen
- R. Kruisdijk
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering WAZ-uitkering wegens onvoldoende oorzakelijk verband
Betrokkene viel begin 2001 uit voor zijn werk als zelfstandig horecaondernemer door diverse klachten. Na de wachttijd van 52 weken werd een WAZ-uitkering geweigerd wegens minder dan 25% arbeidsongeschiktheid. In 2005 meldde betrokkene verslechtering met nieuwe klachten, waarop een onderzoek geen verergering van eerdere stoornissen vaststelde, maar wel nieuwe nekklachten door cervicale artrose. Appellant weigerde opnieuw de uitkering. De rechtbank benoemde een deskundige die concludeerde dat de nekklachten al vóór 2002 bestonden en waren toegenomen.
De rechtbank verklaarde het bezwaar gegrond en vernietigde het besluit. Appellant stelde in hoger beroep dat de klachten in 2005 niet gerelateerd waren aan die uit 2001/2002. De Raad overwoog dat de bewijslast rust op degene die stelt dat er geen oorzakelijk verband is en dat appellant hier niet in slaagde. De huisarts en deskundige bevestigden dat de klachten al jaren bestonden en degeneratieve artrose geleidelijk toenam.
De Raad vernietigt het bestreden besluit en beveelt een nieuw besluit op bezwaar. Tevens veroordeelt de Raad appellant in de proceskosten van betrokkene en bepaalt vergoeding van griffierecht. De uitspraak is gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 19 juni 2009.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en appellant wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.