ECLI:NL:CRVB:2008:BD1453
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- C.P.J. Goorden
- Rechtspraak.nl
Weigering WW-uitkering wegens verwijtbaar werkloos door kwetsende werkmail
Appellante was vanaf maart 2002 werkzaam als telefoniste/receptioniste bij haar werkgever. Op 16 januari 2006 verstuurde zij vanaf haar werkplek een e-mail met kwetsende uitlatingen over een collega en een leidinggevende. Deze e-mail kwam onder ogen van de collega en leidde tot een gesprek met de werkgever, waarin appellante haar excuses aanbood maar tevens kritiek uitte.
De werkgever constateerde een onherstelbare vertrouwensbreuk en verzocht de kantonrechter om ontbinding van de arbeidsovereenkomst, welke per 1 april 2006 werd uitgesproken. Appellante vroeg daarop een WW-uitkering aan, die door het UWV werd geweigerd wegens verwijtbaar werkloos.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel. De Raad overwoog dat appellante het risico had aanvaard dat de e-mail bekend zou worden en dat dit tot ontslag zou kunnen leiden. Het ontbreken van een internetprotocol en het toestaan van privé e-mailen deden hieraan niet af. Ook het argument van schending van het briefgeheim leidde niet tot een ander oordeel.
De Raad vond geen reden om het verwijtbare gedrag te matigen en wees het hoger beroep af, waarmee de weigering van de WW-uitkering definitief werd bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WW-uitkering wegens verwijtbaar werkloos door het versturen van een kwetsende werkmail.