ECLI:NL:CRVB:2008:BD1456
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- C.P.J. Goorden
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WW-uitkering wegens verwijtbare werkloosheid ondanks medische problematiek
Appellant was als bedrijfsleider werkzaam en meldde zich op 14 december 2004 ziek zonder opgaaf van redenen, waarna hij niet op het werk verscheen. De werkgever stuurde meerdere brieven om terug te keren, waarop appellant niet reageerde, wat leidde tot ontslag op staande voet. Appellant stelde dat hij vanwege medische problemen, waaronder een depressief beeld en cognitieve beperkingen, niet in staat was adequaat te reageren.
Het UWV weigerde de WW-uitkering op grond van verwijtbare werkloosheid. Medische rapportages, waaronder van een bezwaarverzekeringsarts en het Nederlands Centrum voor Beroepsziekten, gaven geen aanleiding om het verwijt weg te nemen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Raad bevestigt dit oordeel.
De Raad overweegt dat de medische gegevens onvoldoende zijn om te concluderen dat appellant op medische gronden niet kon werken of niet kon reageren op de brieven. De cognitieve stoornissen en depressieve symptomen waren mild en mogelijk een gevolg van het ontslag. Daarom is het verwijtbaar gedrag van appellant voldoende vastgesteld en is de weigering van de WW-uitkering terecht.
Uitkomst: De weigering van de WW-uitkering wegens verwijtbare werkloosheid wordt bevestigd.